Goedkope technologie dwingt bedrijven tot innovatie van samenwerking

Dit is het eerste deel van een drieluik over de impact van exponentiële technologie op de organisatie van samenwerking tussen mensen.
 
Bron: David Breugem
De crowd wil relevantie

In twee maanden tijd hebben iets minder dan 1800 mensen voor € 250.000 aandelen gekocht in de nieuwe boekhandel Donner in Rotterdam. Waren de crowdfunders op zoek naar rendement op hun inleg? Het zou me verbazen. Als van die nieuwe boekhandel een goudgerande toekomst werd verwacht, dan was er wel een investeerder geweest die het benodigde kapitaal in één keer had verstrekt. Liefdadigheid dan? Ook dat is niet waarschijnlijk – de gemiddelde inleg is daar, met circa € 140 per persoon, een beetje te groot voor.

Het succes van crowdfunding laat volgens mij zien dat we anders gaan kijken naar het ‘waarom’ van organisaties. Mensen, consumenten, geven via hun virtuele donatie aan dat ze een bepaalde activiteit gewoon uitgevoerd willen zien worden, soms door specifieke personen. Niet uit goedgevigheid, maar vanwege de unieke beleving die ze alleen kunnen ervaren als de betreffende organisatie bestaat. De relevantie van Donner is – nu, in 2014 – om een grote schare financiers de door hen gewenste boekhandel-beleving te geven. Dat klinkt heel anders dan dat Donner een manier is om het hoogste rendement te genereren op het ingelegde kapitaal! Persoonlijk koop ik mijn boeken trouwens liever bij Boekhandel V/h Van Gennep, maar dat terzijde.

Winstmaximalisatie leidt tot primaire focus op efficiëntie

Veel organisaties zijn ingericht om de winst te maximaliseren. Je zult mij niet horen zeggen dat een organisatie niet naar winst moet streven – dat zou naïef zijn. Winst is een randvoorwaarde om als bedrijf überhaupt te kunnen bestaan, en het winststreven zorgt ervoor dat je nuchter blijft in hoe je de zaken aanpakt. Maar er is een verschil tussen winst maken en winst maximaliseren, en dat verschil zit in de primaire focus op efficiëntie: dat wat je verkoopt zo goedkoop mogelijk maken. Veel bedrijven doen er alles aan om kosten te beheersen, met voortdurende verlaging ervan als doel. Dat leidt onder meer tot een kenmerkende organisatie van de samenwerking tussen mensen in zulke bedrijven: een hiërarchische structuur van functionele afdelingen, onderverdeeld in functies met specifieke criteria voor te leveren competenties en individuele kpi’s waarop de prestaties worden gemeten.

De beloning in deze organisaties is niet gebaseerd op de talenten die de persoon meebrengt, maar op de competenties in het functieprofiel en nog meer op het hiërarchische niveau van de functie. Een organisatie is eigenlijk gemaakt als een trap die uitnodigt om beklommen te worden. Voor een organisatie die streeft naar winstmaximalisatie, werken mensen dan ook om hoger op die trap te komen. Of je het erg vindt dat organisaties vooral naar efficiëntie streven hangt sterk af van je sociale oriëntatie. Ik noem daarom nog een andere ontwikkeling die volgens mij aangeeft dat het tijd is voor een andere perceptie op organisaties als samenwerkingsverband.

Technologie verandert relevantie van mensen

In de afgelopen maanden heb ik een paar lezingen bijgewoond van vertegenwoordigers van de Singularity University, Peter Diamandis en Salim Ismail. Zij legden onder meer uit dat er al zelflerende robots bestaan die minder kosten dan een jaarsalaris van een Westerse arbeider. En dat artificial intelligence over enkele jaren zo goedkoop zal zijn dat je daar als hoogopgeleide witteboordwerker niet meer tegen kunt concurreren.

Verwacht van mij geen apocalyps over een heerschappij van robots. Ik vermoed alleen wel dat goedkope, slimme technologie het efficiëntiestreven van organisaties zal veranderen. Natuurlijk, mensen worden vervangen door technologie. Desondanks zal er samenwerking tussen mensen blijven bestaan – daar ben ik van overtuigd. Wat in organisaties zal veranderen is dat samenwerking niet meer gericht is op efficiëntie. Zodra namelijk de efficiëntie van een menselijke taak het belangrijkste criterium wordt, zal die activiteit geautomatiseerd worden. Als technologie goedkoper is dan menskracht, dan zal menselijke samenwerking per definitie gericht zijn op andere aspecten dan efficiëntie.

Bestaande organisatieinstrumenten staan toekomstig succes in de weg
Bovendien zal een samenwerkingsverband van mensen in de toekomst altijd kortdurend zijn. Zodra immers routine ontstaat, zal een technologische oplossing de menselijke inzet overbodig maken. Dat je dit verschijnsel nu nog niet ziet, komt door de investering die het nu nog vergt om een werkproces te robotiseren. Maar als dat argument wegvalt, en een slimme robot goedkoper is dan een mens, dan zal de robot worden ingezet zodra duidelijk is wat er (ongeveer) gedaan moet worden.

Met het risico dat ik ten onrechte de indruk wek iets van technologie af te weten, lijkt het mij logisch dat mensen zich (voorlopig?) vooral zullen richten op vernieuwing, creatie, emotie toevoegen aan “iets”, innovatie en verbeelding. En op verbinding, emotionele respons, omgaan met paradoxen, overtuigen en oplossen van tegenstrijdige belangen tussen mensen. Ik denk dat vooral de synergie en chemie tussen mensen het bestaansrecht gaan vormen van samenwerkingsverbanden.

Helaas breng je nu juist die talenten van mensen niet naar boven met een hiërarchische structuur van functionele afdelingen, onderverdeeld in functies met specifieke criteria voor te leveren competenties en individuele kpi’s waarop de prestaties worden gemeten. En ook niet met een beloning die is gebaseerd op de competenties in het functieprofiel en op het hiërarchische niveau van de functie. Mijn conclusie is dan ook dat bedrijven hun bestaansrecht uiteindelijk zullen verliezen, als ze hun samenwerking niet anders gaan organiseren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *